looptraining bij etalagebenen (2)

De competentiegebieden van de geriatrie fysiotherapeut

 

Er worden zeven competentiegebieden beschreven:

 

  1. Geriatriefysiotherapeutisch handelen: De geriatriefysiotherapeut biedt op methodische wijze expliciet, gewetensvol en oordeelkundig hulp aan kwetsbare ouderen met problemen in het bewegend functioneren, ouderen die het risico lopen tot deze risicogroep te gaan behoren en ouderen met een chronische of langdurige aandoening waarbij bewegen ingezet kan worden als interventie. Hij verzamelt en interpreteert gegevens zodat hij in het screenings-, diagnostische en therapeutische proces volgens de principes van evidence based practice beslissingen neemt binnen de grenzen van het beroep. Hij verleent up-to-date, effectieve, curatieve en preventieve zorg op ethisch verantwoorde wijze.

 

  1. Communiceren: Om een hoge kwaliteit van hulp aan cliënten en een hoge mate van cliënttevredenheid te waarborgen, onderhoudt de geriatriefysiotherapeut een effectieve relatie met de cliënt en zijn naasten en/of andere betrokkenen, met collega fysiotherapeuten en met andere bij de cliënt betrokken disciplines. De geriatriefysiotherapeut communiceert op heldere, transparante, effectieve en efficiënte wijze tijdens het geriatriefysiotherapeutisch handelen. Het gaat daarbij om zowel verbale als non-verbale communicatie.

 

  1. Samenwerken: De geriatriefysiotherapeut werkt samen met collega’s (geriatrie)fysiotherapie, andere betrokken zorgverleners, leveranciers van hulpmiddelen, zorgverzekeraars en maatschappelijke- en overheidsinstanties en participeert in een netwerk van samenwerkingsrelaties en maakt optimaal gebruik van beschikbare expertises om te komen tot een hoge kwaliteit van hulpverlening

 

  1. Kennis delen en wetenschap beoefenen: De geriatriefysiotherapeut handelt volgens de principes van evidence-based practice, levert een bijdrage aan de ontwikkeling van klinische expertise van zichzelf en anderen, levert een bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek en handelt daarbij volgens de daaraan gekoppelde wet- en regelgeving.

 

  1. Maatschappelijk handelen: De geriatriefysiotherapeut weegt belangen van de cliënt af in relatie tot de belangen van andere hulpvragers en maatschappelijke belangen. Hij oefent op maatschappelijk verantwoorde wijze zijn beroep uit waarbij factoren als duurzaamheid, beroepsethiek, juridisch kader en de sociaal-culturele context een rol spelen.

 

  1. Organiseren: Om als geriatriefysiotherapeut efficiënt en effectief te functioneren spant hij zich in voor een goede organisatie. In feite functioneert de geriatriefysiotherapeut als manager van zijn eigen werkzaamheden, maar ook in relatie met werkzaamheden van andere zorgverleners treedt hij als manager op. De geriatriefysiotherapeut neemt besluiten met betrekking tot gebruik of inzet van middelen en medewerkers, het stellen van doelen en prioriteiten en het maken van beleid. Hij organiseert het werk naar een balans tussen het beroepsmatig handelen en de behoefte aan verdere ontwikkeling van zichzelf en indien relevant, de zorgorganisatie waarin hij werkt.

 

  1. Professioneel handelen: De geriatriefysiotherapeut levert hoogstaande cliëntzorg op een integere, oprechte en betrokken wijze. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen en bewaart weloverwogen een balans tussen persoonlijke en professionele rollen. Hij kent de grenzen van zijn competenties en handelt daarbinnen of schakelt andere deskundigen in. Hij stelt zich toetsbaar en transparant op. Hij onderkent ethische dilemma’s, heeft inzicht in ethische normen en houdt zich aan de wetgeving.

NVFG (kngf2.nl)